Boekbespreking 1
Boekbespreking 1
Lidia.
Haar liefdeslied werd een dramatische fado.
Lidia is een e-mail vriendin. Zij is 69 en woont sinds bijna 6 jaar in Portugal.
Uit haar eerste huwelijk heeft zij een volwassen zoon, en verder deelt zij haar leven met een poes en twee troetels van hondjes.
Op vorderende leeftijd ontmoet ze Eelco, een robuuste, goedlachse en sportieve zeilliefhebber, die de liefde van haar leven zal worden. Overduidelijk zijn die gevoelens wederzijds, want al na drie maanden besluiten zij om samen een huis in Portugal te kopen, en enkele jaren later trouwen zij.
De relatie met Eelco omschrijft zij als ‘het beste dat mij in mijn leven is overkomen’.
Hun liefdeslied zou echter overgaan in een dramatische fado.
(Fado: Portugees volksgezang over het onafwendbare noodlot).
In hun tweede huwelijksjaar al wordt Eelco ernstig ziek, en de vooruitzichten zijn helaas somber, uiterst somber.
Na een ziekbed van vier maanden zal hij dan ook kansloos overlijden.
Twee dagen daarvoor bezoekt Lidia hem in het ziekenhuis, waar zij een halve dag lang, hand in hand hun liefde bezegelen.
Tijdens dat bezoek wordt de ziekenkamer zonder enige aanwijsbare oorzaak, plotseling helverlicht. Onder de treurige omstandigheden schenken ze er echter geen aandacht aan.
Daags erna vertroebelt Eelco’s gezichtsvermogen en wordt het duidelijk dat zijn levenseinde nadert.
Tot aan zijn dood zal hij opgewekt blijven. Wel maakt hij in zijn laatste uren de wonderlijke opmerking zeker drie jaar nodig te hebben om los te komen van zijn lichaam. En dat voor iemand die volledig wars is van wat hij ‘spirituele prietpraat’ noemt…
Aan de vooravond van zijn overlijden bespreekt Lidia zijn uitvaart met hem, en op grond van haar Boeddhistische sympathieën, voelt zij voor een Boeddhistische uitvaartceremonie waarbij gebeden of mantra’s worden uitgesproken.
“Het is allemaal voor jou”, is Eelco’s mening dan, en lachend, “doe er voor mij de drumband maar bij…”.
Omdat er in de nabije omgeving geen rouwcentrum is, wordt de ceremonie op het terras van hun woning gehouden. Aansluitend wandelt de droeve stoet, voorafgegaan door de enthousiast spelende drumband, naar de begraafplaats.
Een vriendin en ik, verhaalt Lidia, hadden beiden het gevoel dat Eelco erbij was en dat hij zijn uitvaart met de drumband als een kostelijke grap meebeleefde.
Lidia en Eelco in gelukkiger dagen. Foto op canvas.
Na de begrafenis meent Lidia Eelco’s aanwezigheid bijna tastbaar te voelen, en ook het onverklaarbare heldere licht in zijn ziekenhuiskamer, kort voor zijn overlijden, gaat door haar gedachten spelen. Ze houdt het voor mogelijk dat het een manifestatie van Eelco’s grootvader geweest zou kunnen zijn, want zijn opa was zijn beste vriendje.
Dan gaat Lidia Eelco’s stem in haar hoofd horen. Hij probeert haar te troosten en te stimuleren om de draad van het leven weer op te pakken.
Aanvankelijk begrijpt zij niets van wat haar overkomt, en op een gegeven moment meent zij dat ze het uit zelfbehoud allemaal fantaseert, of dat ze door het allesoverheersende verdriet, in een psychose dreigt te raken.
Een vriendin zendt haar vanuit Nederland een artikel over mijn boek “Ontmoetingen met een engel…” en dan gaat het haar dagen dat ook zij het wonder van het bovenaardse contact ervaart.
Ze meldt het mij geëmotioneerd per e-mail.
Dit zijn enkele van haar ervaringen.
Kort na de begrafenis klikt op een nacht meerdere keren haar telefoon aan, echter zonder over te gaan. Wanneer zij opneemt hoort zij slechts de beltoon en blijkt er niemand aan de lijn.
Het zou Eelco kunnen zijn die haar op deze wijze misschien weet te wekken uit een verdrietige droom.
Circa een maand na zijn overlijden laat Lidia zich verwennen in een massagesalon.
Na de behandeling soest zij heerlijk ontspannen nog even weg, en dan klinkt er een Engels sprekende vrouwenstem in haar hoofd.
De vrouw meldt haar dat Eelco opdracht heeft om drie jaar lang uit te dragen dat onvoorwaardelijke liefde geven en ontvangen, de basis van ons leven hoort te zijn.
Lidia krijgt ook een taak toebedeeld. Zij zal deze les eveneens in praktijk moeten brengen, maar ook meer begrip moeten proberen te kweken voor het feit dat het leven met de dood verre van afgelopen is. En dat bovenaardse contacten voor iedereen mogelijk zijn.
De meeste mensen, vervolgt zij, zullen zich hiervoor afschermen en daarmee wijzen ze dan een bron van troost en wijsheid af.
Een wonderlijk contact. Een ‘gids’ misschien…?
Voor de doopplechtigheid van een kind van vrienden verkleedt Lidia zich, volstrekt tegen haar gewoonte in, wel vier keer eer zij besluit dat het een bepaalde groene japon moet worden. Dan klinkt Eelco’s stem in haar hoofd. Hij zegt het er helemaal mee eens te zijn en raadt haar aan om even in het juwelenkistje van zijn moeder te kijken. ”Daarin ligt een chic groen collier en dat staat daar prachtig bij…”.
Het collier blijkt zonder meer het ideale accessoire, en verder stelt hij voor dat hij gezellig met haar meegaat.
Voor die gelegenheid doe ik dan mijn trouwpak aan, grapt hij. En kijk even of mijn mooiste zakdoek daar nog in zit want die moet in ieder geval mee.
De speciaal voor hun trouwdag gekochte zakdoek wordt gevonden, en gaat mee.
Eelco’s advies om even in het juwelenkistje van zijn moeder te kijken is hier belangrijk.
Hij levert daarmee op bijna zeker het bewijs van de echtheid van het contact, want waarschijnlijk kende alleen hij de inhoud van het juwelenkistje grondig. Lidia had er, uit piëteit, eigenlijk nooit bijzondere belangstelling voor getoond.
Na het doopfeest en een etentje hoort Lidia: “Kom, laten we buiten even een sigaretje paffen” en Lidia ervaart het als diep treurig om daar dan in haar eentje te zitten roken.
Later die dag laat zij eenzaam en verdrietig haar hondjes uit, maar Eelco blijkt nog steeds aanwezig. Hij merkt op dat zij goed rechtop moet lopen. “Dat scheelt in het verdriet” meent hij, en hij voegt daaraan toe dat zij niet zo intens bedroefd moet blijven omdat hij altijd, en dus ook nu, bij haar is. Hij wandelt gewoon mee.
En wanneer zij meent dat zij dan wat langzamer zal moeten lopen omdat hij kortademig was geworden, zegt hij dat dit niet meer nodig is omdat hij geen longen meer heeft.
Eelco’s spirituele contact met Lidia gaat sindsdien vrijwel dagelijks door.
Bij het ordenen van Eelco’s persoonlijke bezittingen, waaronder zijn portemonnee, leidt hij haar naar een vakje waarin nog een aantal bankbiljetten blijken te zitten.
En wanneer zij op een wandeling opvallend veel vogels hoort fluiten, zegt hij dat hij dit concert speciaal voor haar heeft geregeld. Zij voegt hem dan toe dat bescheidenheid nooit zijn sterkste kant was, waarop hij stelt dat het nu echt te laat is om daar nog iets aan te doen.
Op dezelfde wandeling streelt een korte zoele bries haar haren. “Dat was niet de wind meisje, maar ik”, hoort zij daarna.
Het is allemaal herkenbaar Eelco, ten voeten uit.
Hij steunt haar in haar verdriet en helpt haar zelfs met ontspanningsoefeningen.
Bij herhaling drukt hij haar op het hart dat zij niet steeds opnieuw in haar verdriet moet verdrinken, maar om in plaats daarvan terug te denken aan hun gelukkige tijd samen.
Een vriendin, wier man helaas terminaal patiënt is verklaard, vertelde haar onlangs dat zij na zijn crematie een deel van zijn as in een medaillon bij zich wil dragen. Het verdriet Lidia dat zij niet aan iets dergelijks heeft gedacht.
Dan adviseert Eelco haar om maar eens op de achterbank van de auto te kijken.
Daar vindt zij zijn pet die hij in zijn laatste maanden voortdurend droeg, om de door de chemokuur veroorzaakte haaruitval te maskeren. En Eelco’s pet bevat meer dan voldoende haar voor een volwaardige lok…
Eelco en Lidia lijken definitief herenigd
Hun liefde leeft voort, mogelijk zelfs tot in eeuwigheid.
En Lidia zal, met Eelco aan haar zijde, ongetwijfeld een nieuwe invulling van haar leven weten te vinden. Vrijwilligerswerk misschien…?
Het ga je goed Lidia, heel goed.
-------------------------------------------------------------
Edzer Tuik, auteur van ‘Ontmoetingen met een engel…’.
Contacten met een overleden geliefde.
ISBN 978-90-484-1203-7. €.16,95.
Boekbespreking 2
© 2005/2010 De Bergkristal - Designed by TdV